A1
A2
B1
B2
B3

De plantage Brakkeput moet al in het begin van de 18e eeuw bestaan hebben. In 1733 werd de plantage verkocht aan Isaac en Willem Lamont.
In 1828 komt onder de bijlagen van het verbaal van gene—raal Van den Bosch, slechts één plantage “Brakke Put” voor, die aan de weduwe Ellis Jobs behoorde en waarop 22 slaven werkzaam waren. Een aantal jaren later wordt melding gemaakt van drie plantages “Brakke Put”: Boven (Ariba), Midden (Mei Mei) en Beneden (Abou). Brakkeput Mei Mei werd ook “Klijne Bracke Putt” genoemd en was 82 hectare groot.

Op de plantage hield men vee en er werden mais en bonen verbouwd die als voedsel dienden voor de slaven en het vee. In het bijbehorende hofje (boomgaard) waren vruchtbomen. Toen de opbrengst van de plantage terugliep ging men over tot het branden van kalk.

De laatste bewoners leefden niet meer van de opbrengst van de plantage en in 1929 werd het landhuis en het terrein verkocht aan de Koninklijke Shell, die het landhuis inrichtte als clubgebouw voor het personeel. In 1985 is het landhuis in handen gekomen van de Stichting Monumentenzorg, die het in beheer gaf aan de huidige exploitant.
De naam “Brakkeput” spreekt voor zich: op de
plantage bevond zich een put met brak water.

Het restaurant in de huidige vorm is sinds 1999
geopend en het overdekte podium met de
terassen sinds het jaar 2000.